Header image  
een jaarlijks terugkerend initiatief van het Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten  
line decor
  
line decor
 
 
 
 

 
 

9de uitreiking van de Pesten-dat-kan-niet!-prijs


Leest, 25 januari 2008

Geachte vertegenwoordiger van de Minister van Onderwijs en Vorming,
Geachte gedeputeerden,
Geachte schepenen van de Stad Mechelen,
Geachte genodigden,
Beste directies,
Beste leerkrachten,
Beste leerlingen,
Beste juryleden en leden van het netwerk,

Vandaag zullen we voor de negende keer de Pesten-dat-kan-niet-prijs! toekennen. Het is de derde maal dat dit gebeurt binnen het kader van de Vlaamse week tegen pesten.
De privé-sponsor van deze wedstrijd en het Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten maken er een punt van om pestgedrag tussen kinderen en jongeren aan de kaak te stellen.
Deze krachtenbundeling zorgt niet enkel voor een sterke dynamiek, ze is ook nodig om het beleid, het onderwijsveld, het jeugdwerk, de pers en het brede publiek gevoelig te houden voor het probleem. Wie de ervaringsverhalen van kinderen, jongeren en hun ouders goed beluistert, kan immers moeilijk onberoerd blijven. Scholen en gezinnen ondervinden dagelijks hoe hard het pestspel tussen jongeren wordt gespeeld. En, hoe moeilijk het is om de schade, het vertrouwen en de groeikansen nadien te herstellen.

Vlaanderen vaart blinde koers

Zorgwekkend is en blijft dat Vlaanderen de jongste jaren een blinde koers vaart. Het blijft onthutsend dat we het nog steeds moeten stellen met cijfers die dateren van begin de jaren negentig van de vorige eeuw. Ondertussen staan we vijftien jaar verder en is er in de samenleving en in de scholen heel wat veranderd. De vraag moet gesteld of de inspanningen van de voorbije jaren iets hebben opgeleverd. Is het zorgkader dat de scholen hebben uitgebouwd, voldoende toegerust om pestproblemen te helpen voorkomen en van antwoord te dienen?  Niemand die het met zekerheid kan zeggen.

Wat houdt onze beleidsmakers tegen om voor de spiegel te gaan staan? Miskennen ze het pestprobleem omdat het buiten hun eigen leefwereld staat? Of deinzen ze terug voor de eventuele onderzoeksresultaten en de mogelijke consequenties? Achten ze het pestprobleem, dat jaarlijks wellicht meer dan 35000 kinderen en jongeren in hun ontwikkeling schaadt, niet gewichtig genoeg?
Of vergis ik me en heeft het er alleen mee te maken dat de pestproblematiek toevallig niet goed past in de vooropgestelde hokjes en structuren? Want inderdaad, de departementen Onderwijs en Vorming, Welzijn en Volksgezondheid en Jeugd hebben er samen mee te maken. Mogelijk is de verantwoordelijkheid te diffuus en neemt daarom niemand de volle verantwoordelijkheid (en de kostprijs ervan) op zich?
Wat ons betreft is er nu lang genoeg getalmd. Wij, als Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten dagen de Vlaamse regering en haar ministers uit om kleur te bekennen en de violen op elkaar af te stemmen. Tegen volgend jaar verwachten we op zijn minst een duidelijk engagement: er moet een nieuw grootschalig onderzoek komen waarin het fenomeen kwantitatief (aard, omvang, frequentie, leeftijdsgroepen,…) en kwalitatief (beleving en verwachtingen van betrokkenen) wordt bekeken.
Daarmee zou Vlaanderen meteen ook tegemoet komen aan een vraag die de OESO in 2004 aan al haar partnerlanden heeft gesteld. Landen waarin de overheid het voortouw neemt, boeken meer vooruitgang. En ook vanuit het oogpunt van de kinder- en jongerenrechten (art. 28 en 29) (en het decreet rechtspositie minderjarigen)  zou een dergelijk initiatief alleen maar kunnen worden toegejuicht. Benieuwd of we onze ministers volgend jaar een dikke pluim dan wel een rode kaart moeten geven.

Positieve lessen

Een tweede punt dat ik vandaag wil aanraken, heeft te maken met de dossiers die de voorbije jaren werden ingediend. De ongeveer driehonderd praktijkverhalen die we ondertussen onder ogen kregen, hebben heel wat positieve maar ook enkele belangrijke zorgpunten aan het licht gebracht. 

Positief is alleszins dat we kunnen vaststellen dat heel wat scholen ernstige inspanningen leveren om het pestprobleem zo min mogelijk kansen te geven. Het valt ons op dat de motivatie van nogal wat scholen voortvloeit uit de confrontatie met ernstig pestproblemen. Het initiatief gaat opvallend veel uit van die leerkrachten of die directies die de problemen van dichtbij hebben meegemaakt. We kunnen enkel toejuichen dat in een aantal scholen ook de ouders en/of  de leerlingen een flinke duit in het zakje doen. Dit jaar zagen we voor het eerst dat ook een stad (Kortrijk) en een scholengemeenschap (Katholieke middelbare scholen Vilvoorde) de voortrekkersrol op zich kunnen nemen. We onthouden vooral dat samenwerken loont.

Een andere positieve bevinding is dat scholen zich vooral creatief en ondernemend tonen op het vlak van pestpreventie. Leerlingen, leerkrachten en in mindere mate ouders worden op allerlei manieren warm gemaakt om het probleem te onderkennen, aan te kaarten en te helpen voorkomen. Bemoedigend is dat de meeste scholen kiezen voor een positieve benadering. Men beseft dus dat angst en bestraffing het wederzijds vertrouwen niet bevorderen, noch herstellen.  Een al te repressief beleid zorgt er voor dat zelfs heel ernstige feiten worden doodgezwegen en dat er onveiligheid blijft. Vergelden en opvoeden: het zijn twee werkwoorden die niet samen gaan.

Wat ons verder nog verheugt, is dat steeds meer basis- en middelbare scholen op zoek gaan naar methodieken waarbij kinderen en jongeren verantwoordelijkheid mogen opnemen, ook om bestaande problemen te helpen oplossen. Vlaanderen heeft hier zeker nog een hele weg af te leggen. Kringgesprekken, peerbemiddeling, peter/meterschap, de no blame aanpak, peper- en zouthuisjes, vredesbanken, … bevestigen dat een succesvolle aanpak steunt op het aanbieden van veiligheid, vertrouwen en respect. Pas dan worden pestproblemen bespreekbaar en wordt het zoeken naar bevredigende oplossingen een haalbare kaart. 
Het verbaast dan ook niet dat de meest succesvolle scholen als vanzelfsprekend heel wat aandacht besteden aan de zorg voor een positief klas- en schoolklimaat. Wie zich goed voelt, maakt immers minder problemen. En een positieve omgangscultuur versterkt de communicatie en de informele zorg voor elkaar.
Drie zorgpunten

Dezelfde dossiers brengen laten zien waar scholen het vaak moeilijk mee hebben en waar bijkomende ondersteuning wenselijk is. 

Zo valt op dat heel wat scholen moeite hebben om het hele team, of meer nog, de hele schoolgemeenschap bij de ‘pestwerking’ te betrekken. Wat voor sommige scholen lukt, blijft voor anderen een  bijna niet te nemen hindernis. Een duidelijk stappenplan en ondersteuning op maat zou deze scholen kunnen helpen. Een goede samenwerking met externe partners (hogeschool, preventiedienst, vormingsorganisaties, pedagogische begeleiding, …) kan de eigen taaklast verlichten en toch bijdragen tot het versterken van draagkracht van de school. Zo mochten we vaststellen dat de ondersteuning vanwege de Kortrijkse preventiedienst door alle scholen bijzonder sterk op prijs werd gesteld.

Ook de aanpak van reële pestproblemen blijft voor heel wat scholen een teer punt. 
Hier valt op dat nogal wat scholen aarzelen om die aanpak uit te tekenen of te benoemen. In de realiteit zien we dat heel wat scholen aarzelen om tussenbeide te komen. Vaak omdat ze zoveel risico’s zien. Of ze slaan door naar de andere kant en spelen dan kort en hard op de bal. Conflicthantering – al dan niet in crisissituaties – vormt voor vele scholen nog een grote uitdaging. 
We stellen ook vast dat de meeste van de deelnemende scholen nog niet vertrouwd zijn met de voordelen en de eigenheid van een herstelgerichte aanpak. Die aanpak levert nochtans goede resultaten op en strookt ook met opvoedkundige opdracht van de school. Sancties krijgen hier een heel andere invulling. Alle aandacht gaat immers uit naar het herstel van de menselijke schade.

Een derde en laatste zorgpunt is dat heel wat scholen hun acties en initiatieven toespitsen op een actiedag, een actieweek of actieveertiendaagse. Hoe leuk en zinvol zulke actieperiodes ook zijn, toch neemt het niet weg dat scholen werk moeten blijven maken van een volgehouden antipestbeleid. Pestgedrag valt immers niet uit te sluiten want als  leeftijdsgebonden probleemgedrag zal het jaar na jaar opduiken. De uitbouw van een goede zorgstructuur is daarom absoluut noodzakelijk.

Onze wens: een ruime Vlaamse mediacampagne

Om onze Vlaamse scholen aan te moedigen tot het nemen van nieuwe initiatieven en de uitbouw van een omvattend schoolbeleid zou een frisse en stevige mediacampagne niet misstaan. Het zou mooi zijn mochten we er als Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten in slagen om het beleid, de media, de onderwijskoepels, de jeugdorganisaties, de mutualiteiten, verzekeringsmaatschappijen en andere geïnteresseerden samen rond de tafel te krijgen voor één grote, Vlaamse sensibiliseringscampagne. Hopelijk slagen we er in om ook die ambitie waar te maken.
De inspanningen en de geestdrift van de winnende scholen en organisaties motiveren ons uitermate om er volop voor te gaan.

Gie Deboutte
Voorzitter Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten
Voorzitter van de jury van de Pesten-dat-kan-niet-prijs

 

 Naar de prijsuitreiking