‘Ruben, onze zoon, in ondertussen 19 jaar. Sinds een tiental jaar wordt hij gepest, op school en in de sportclub. We hebben van alles gedaan om het pesten te doen stoppen. Gesprekken, telefoons, contacten met de school, het CLB, de politie. Ruben krijgt ondertussen medicatie en volgt therapie. Toch houdt het niet op. Met de jaren zijn de pesterijen subtieler geworden. Het cyberpesten komt er nu bij. Ik wil dat het eindelijk ophoudt en dat er gerechtigheid geschiedt. Ik hoop dat jullie in de eerste plaats onze zoon kunnen helpen… ‘
Myriam, moeder van Ruben.
Voor Myriam, Ruben en zovele anderen is pesten probleem nummer één. Het neemt hun hele leven in beslag, ondergraaft hun geluk en zet een donkere stempel op hun toekomst.
Ruben en Myriam staan niet alleen met hun ervaring. Duizenden jongeren worden bedreigd in hun groei- en ontwikkelingskansen als het pesten zijn gang mag gaan.
De jongste halfjaarcijfers (2008) van de Kinder- en Jongerentelefoon spreken opnieuw voor zich. Ook daar staat pesten, als meest voorkomende gespreksthema, op nummer één. Tegelijk blijft het ook nummer één van de moeilijke thema’s, want hoe help je iemand verder die wil dat het gepest morgen eindelijk stopt? De kinderen en jongeren die KJT rond pesten aanspreken, behoren tot de groep die – gelukkig – wel nog in gesprek gaat. Zij leggen zich niet neer bij de situatie en komen (opnieuw) op voor zichzelf. Toch is er een grote groep van kinderen en jongeren (40%) die met niemand in gesprek gaat, zelfs niet met de eigen ouders. Jongens zijn hierin vaak kwetsbaarder dan meisjes.
Wie zwijgt, hoopt dikwijls in stilte dat de pesterijen vanzelf zullen stoppen. Of men heeft de hoop laten varen en schikt zich nu noodgedwongen in zijn lot. Ondertussen brandt het pestgif verder, tot diep in de eigen ziel. De aanhoudende stress, de deuken in het zelfvertrouwen, het verdampen van andere gelukservaringen laat echter diepe sporen na. Niet zelden keert de innerlijke woede en wanhoop zich tegen de eigen persoon. Angsten, depressies, automutilatie of andere problemen zijn hiervan het gevolg.
Het hoeft dan ook niet te verbazen dat gepeste kinderen en jongeren vier keer vaker opduiken in de zelfmoordstatistieken. Pesterijen zijn immers geen oppervlakkig kwaad. Kinderen en jongeren die er aanhoudend mee te maken krijgen, verliezen hun veerkracht en komen terecht in een negatieve spiraal. ‘Waarom moet mij dit overkomen?’, ‘Stopt dit dan nooit?’, ‘Waarom laat iedereen mij vallen, zelfs mijn beste vriendin?’, … Eenzaamheid en het uitzichtloze van de situatie brengen pestslachtoffers aan de grens van hun kunnen. De verantwoordelijkheid voor wat er fout loopt, leggen ze onnodig vaak bij zichzelf.
De Vlaamse regering wil het aantal depressies en zelfdodingen tegen 2010 sterk doen dalen. Ook scholen worden gestimuleerd om via hun gezondheidsbeleid hiertoe bij te dragen. De verwevenheid tussen deelthema’s als pesten, suïcide, depressie, schoolmoeheid, drugsmisbruik, … en de zorg voor de draagkracht van schoolleiders, leraren en opvoeders moeten ons echter weghouden van het ‘hokjesdenken’. Pesten, depressie en suïcide haken immers in elkaar, zeker in de beleving van het slachtoffer.
Het Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten is dan ook gewonnen voor een aanpak die de jongere, als persoon voor ogen houdt en die eerst en vooral mikt op het voorkomen van omgangsproblemen en kwetsuren. Kleur bekennen tegen pesten betekent voor ons dat we vurig pleiten voor de uitbouw van een brede zorgstructuur én (meer) welbevinden op elke school!
Gie Deboutte
voorzitter Vlaams Netwerk Kies Kleur tegen Pesten |